Toetsing | rapporten

Toetsing

Om de leerlingen voldoende gelegenheid te geven zich goed op de toetsweken voor te bereiden, mogen gedurende vijf schooldagen voor een toetsweek geen proefwerken worden gegeven.

Toetsen in de onderbouw

Centrale toetsen

Het schooljaar is ingedeeld in drie perioden en deze worden elk met een toetsweek afgesloten, waarin elk vak een centrale toets geeft. De omschrijving van de toetsstof wordt enkele weken voor aanvang van de toetsweek via de ELO bekend gemaakt. Na de laatste toetsweek zijn er geen lessen meer, maar zijn er andere verplichte onderwijsactiviteiten voor de leerlingen.

Proefwerken

In de onderbouw mag per dag slechts één proefwerk worden gegeven met een maximum van drie proefwerken per week tijdens lesweken. De afdelingsconrector bepaalt of hiervan in een bijzondere situatie kan worden afgeweken. Proefwerken worden tenminste één week van tevoren opgegeven.

Bij overschrijding van deze termijn meldt de klas dit direct aan de docent. Zo nodig, kan de klas in beroep gaan bij de mentor of eventueel bij de afdelingsconrector.

Overhoringen

Een overhoring betreft slechts het huiswerk voor één les en kan iedere les zonder aankondiging worden gegeven.

Inhaaltoetsen

De leerling is zelf verantwoordelijk voor het inhalen van gemiste proefwerken en neemt daarvoor zo snel mogelijk contact op met de betreffende docent. Deze bepaalt het tijdstip waarop het werk kan worden ingehaald. Vanaf eind september kunnen onderbouwleerlingen enkele malen per week de gemiste toetsen collectief inhalen.

Toetsen in de bovenbouw

PTA

De leerlingen in de bovenbouw krijgen ieder jaar een compleet overzicht waarin per vak alle toetsen, opdrachten en controles staan vermeld die gezamenlijk het schoolexamendeel van het examenprogramma afronden. Dit overzicht heet het Programma van Toetsing en Afsluiting (afgekort PTA). Daarin staat per toets/opdracht/controle informatie over het tijdstip van afname en de (toets)vorm. Ook wordt er een omschrijving van de stof gegeven en staat vermeld met welk gewicht de toets/opdracht/controle meetelt voor het rapport en/of het schoolexamen.

In de niet-examenklassen vindt de leerling in het Programma van Toetsing (PvT) een overzicht van alle andere toetsen die meetellen voor de overgang in het betreffende leerjaar.

Centrale toetsen

De drie perioden worden elk met een toetsweek afgesloten. Ieder vak mag tijdens elke periode ook één centrale tussentijdse toets geven.
In de examenklassen mag alleen tijdens periode 1 een centrale tussentijdse toets worden afgenomen.

Inhaal/herkansingsregeling

Gedurende het schooljaar zijn er drie momenten waarop leerlingen hun gemiste toetsen kunnen inhalen. Als leerlingen deze momenten niet nodig hebben, omdat zij niets hoeven in te halen, mogen zij deze momenten gebruiken om toetsen te herkansen om hun cijfer te verbeteren (zie het PTA).

Cijferoverzichten en rapporten

Na periode 1 en periode 2 wordt er een datum aangegeven waarop je op Magister het gemiddelde van de tot dan toe behaalde cijfers kunt zien, de cijferoverzichten. Aan het eind van het schooljaar ontvangen alle leerlingen een overgangsrapport. De cijfers op het rapport komen tot stand door alle tot dan toe behaalde cijfers met hun weging te middelen tot een voorlopig eindgemiddelde. Op dit rapport wordt vermeld of het rapport als geheel ‘voldoende’, ‘zwak’ of ‘onvoldoende’ is en of je wel of niet bevorderd bent. Leerlingen en ouders kunnen gedurende het gehele jaar de behaalde resultaten via het cijferprogramma Magister volgen. Dit programma is via de website toegankelijk.

Op het rapport van bovenbouwleerlingen staat voor elk vak het (voorlopig) eindcijfer in één decimaal vermeld.

Ook wordt een eventuele achterstand in handelingsdelen aangegeven. Het (voorlopig) eindcijfer is steeds gebaseerd op alle tot dan toe voor het vak afgelegde toetsen, met de in het PTA en PvT aangegeven weging. Op het overgangsrapport staat het eindcijfer in gehelen.

Deze pagina is bijgewerkt op 14 september 2021.