Gymnasium

Vanaf de tweede klas worden alle leerlingen in een havo-, atheneum- of gymnasiumklas geplaatst. Meestal zijn er twee gymnasiumklassen in het tweede leerjaar. Op het gymnasium krijgen alle leerlingen in de onderbouw Grieks en Latijn en volgen zij minimaal één van deze talen in de bovenbouw. Als zij deze opleiding tot en met de zesde klas volgen en voldoen aan alle exameneisen, ontvangen zij het gymnasiumdiploma.

Vanaf december kunnen leerlingen in de brugklas een eerste serie proeflessen Grieks en Latijn volgen. Tijdens deze lessen uit het pre-gymnasiumprogramma krijgen zij voorlichting over het gymnasium, horen zij verhalen over de Romeinse godenwereld en leren zij het Griekse alfabet. In de tweede helft van het schooljaar kunnen leerlingen een tweede serie lessen uit het programma volgen, waarin zij eenvoudige Latijnse en Griekse teksten leren lezen. Hierdoor kan een weloverwogen keuze voor het gymnasium worden gemaakt. Als leerlingen aan het eind van de brugklas het benodigde aantal punten hebben behaald en de juiste motivatie hebben, kunnen ze naar 2 gymnasium.

Het gymnasium op het Emmauscollege biedt begaafde leerlingen de mogelijkheid om zowel binnen als buiten de les het beste uit zichzelf te halen. In de les doen we dat door aandacht te hebben voor gedifferentieerd werken, transfer van lesstof en het aanleren van een academische houding. Daarnaast is er meer aandacht voor formatieve toetsing, gericht op het geven van feedback. Gymnasiumleerlingen krijgen vanaf klas 2 het vak filosofie, waardoor zij leren om vraagstukken van verschillende kanten te bekijken en na te denken over kennis. Alle leerlingen op het atheneum en gymnasium volgen bij Engels het lesprogramma van FCE (Cambridge First Certificate in English) in plaats van regulier Engels.

In activiteiten buiten de lessen wordt het geleerde van bredere context voorzien en in de praktijk gebracht. Voor de leerlingen op het gymnasium worden diverse activiteiten georganiseerd. Zo staan er in klas 2 en 3 vakoverstijgende excursies naar het buitenland op het programma: in klas 2 gaan zij naar Bath (Engeland) en in klas 3 naar Trier (Duitsland). In beide excursies is er, naast aandacht voor het klassieke erfgoed, ook aandacht voor vakken als Engels, Duits, aardrijkskunde en geschiedenis. Ook bezoeken zij in de onderbouw het Archeon en het Rijksmuseum voor Oudheden en gaan zij in het kader van hun klassieke opleiding regelmatig naar culturele activiteiten binnen en buiten de school.

Deze pagina is bijgewerkt op 25 augustus 2020.